Afbeelding

Op de fiets van oer naar nu

Algemeen

NIJ BEETS Niets te doen deze vakantie? Ga dan landschapfietsen door het laagveen rond Nij Beets. Landschap is natuur waar de mens zijn stempel op heeft gedrukt. Voor de omgeving van Nij Beets geldt dat dubbelop. In tijdsbestek van nog geen halve eeuw onderging het laaggelegen Beetster land tot twee keer toe een rigoureuze gedaanteverandering door menselijk toedoen. Vlak vóór 1900 door grootscheepse veenafgravingen, daarna door inpolderingen. Vanaf de fiets ontvouwt die landschapsgeschiedenis zich in al zijn karakteristieken. Van oer naar nu.

Waar te beginnen? Bij het oerverhaal van rivier De Boorn of Koningsdiep? Bij de komst van de ‘Gietserse turfmakkers’ die het onbewoonde land overhoop haalden? Bij het graven van het Polderhoofdkanaal dat dit woeste deel van Friesland naar de buitenwereld ontsloot? Bij de adellijke grootgrondbezitters uit Beetsterzwaag en de veenbazen die de turfarbeiders uitbuitten? Bij Domela Nieuwenhuis die de arme bevolking het geloof in een beter leven bood? Of bij weldoener P.W. Janssen die het vooruitzicht op dat betere leven handen en voeten gaf door de inpolderingen? “Ik zou om te beginnen een kijkje nemen in It Damshûs”, raadt oud-schoolmeester en gebiedskenner Fokke Veenstra aan. “Het museum vertelt het verhaal van het landschap, de veenderijontginningen, en de sociale strijd in een notendop. Als je dat een beetje in je hoofd hebt, zie je onderweg zoveel meer.”


Damshûs. - Sietse de Boer

Eerste stappen

Goed, als startpunt It Damshûs dus. Fokke is een van de honderd vrijwilligers die het laagveenderijmuseum van Nij Beets in de benen houdt. Geboren op de boerderij ernaast zette Fokke ooit zijn eerste stappen op het ouderlijke erf dat nu tot het museumterrein behoort. “Bij de ruilverkaveling Midden-Opsterland in de jaren tachtig heeft mijn familie het land verkocht. Onderdeel van de ruilverkaveling was de herbestemming van twee procent van het ingebrachte land voor recreatiedoeleinden. Zo kreeg het dorp de kans het openluchtmuseum uit te breiden achter het ‘Damshúske’, onze blikvanger.”

Domela’s Paad

Fokke, die ook de wandel- en fietsroutes in de omgeving bijhoudt, stelt voor om een stuk van Domela’s Paad te doen, een fietsommetje van vijfentwintig kilometer door de veenderijgeschiedenis met als verste punt het natuurgebied van De Deelen. Vanaf de parkeerplaats draaien we de vaste brug op over het Polderhoofdkanaal, volgens Fokke het historische hart van Nij Beets. “Hier lag vroeger een dam. Onderdeel van de Nije Leppedyk uit 1832 (nu de Domela Nieuwenhuisweg) die de meer noordelijk gelegen grietenijen betere bescherming moest bieden tegen de wateroverlast vanuit het moerassige zuiden.” Van een dorp was toen nog geen sprake, de honderden veenarbeidergezinnen leefden verspreid over de veenafgravingen in zelfgefabriceerde onderkomens. Zolang de Groote Veenpolder van Opsterland niet omdijkt was, mocht de dam onder geen beding worden doorgestoken, hadden de Friese Staten bepaald.

De dam werd zo een overslagplaats. Aan de ene kant meerden de turfbokken uit het achterland af en aan de andere kant de skûtsjes die de brandstof weer vervoerden naar de Friese en Hollandse steden. En waar reuring is komt al gauw een drank- en eetlokaal, wijst Fokke op café De Brêge. “Na het uitgraven van het Polderhoofdkanaal in 1874 moest het café een paar percelen opschuiven om plaats te maken voor het brugwachtershuisje. Binnen hangt sinds jaar en dag het portret van Domela, in de eigendomsakte van het café staat beschreven dat de beeltenis van ‘Us Ferlosser’ er voor eeuwig moet blijven.”

Onbekende armoede

De veenarbeiders uit Zuidoost-Friesland, arm gehouden door lage lonen en gedwongen winkelnering, vereerden Domela Nieuwenhuis op het religieuze af. Met hun stemmen werd hij verkozen tot het eerste socialistische lid van de Tweede Kamer. Maar hoe bestond het dat Domela, een Amsterdammer van gegoede komaf tenslotte, in deze contreien zo’n verheven status kon bereiken? Schuin achter café De Brêge staat het bronzen standbeeld de ‘Appèlmeester’ dat de moedige leiders van de veenstakingen symboliseert. Hun stakingsbereidheid, maar al te vaak ten koste van zichzelf, moet de aandacht van Domela hebben gevestigd op de erbarmelijke omstandigheden, vermoedt Fokke. “En niemand kon beter woorden geven aan de machteloosheid van de veenarbeiderbevolking als Domela. Omdat Nieuwenhuis ook verkeerde in de betere kringen van Amsterdam heeft hij waarschijnlijk vermogende weldoeners als P.W. Janssen weer op het spoor gezet van de onbekende armoede hier.”

Blauwe Kamp

De fietstocht, bewegwijzerd met fraaie vignetjes van de bebaarde verlosser, gaat verder langs het kanaal richting Zuidersluis. Aan de overkant van het water ligt sportcomplex De Blauwe Kamp, vernoemd naar het blauwgras dat vroeger welig tierde op het laaggelegen stuk land. Als kind zwom Fokke in de natuurlijke poel, later verder uitgegraven en tot buitenzwembad gemaakt. “De uitgegraven grond heeft het dorp weer gebruikt om de voetbalvelden op te hogen.” Langs de waterkant bloeit de gele lis volop en op het wateroppervlak ontluiken de pompeblêden: de witte al uitbundig, de gele nog in knop.

Boven- en ondergrondse kanalen

Voorbij de aaneengesloten bebouwing fietsen we de weidse wereld in van de wolkenluchten. Vanaf links kronkelt het Koningsdiep langs de Krûme Swynswei naar de zuidwestelijke ‘Aldpolder’ aan de overzijde van het kanaal. “Ooit liep de doorgaande weg van Beetsterzwaag naar Oldeboorn hier langs de oever. De eeuwenoude route verloor zijn betekenis toen de Nije Leppedyk werd bestraat”, zegt Fokke bij de t-splitsing. Onder de bosjes langs de kanaalweg liggen nog de fundamenten van een oud sluisje dat het verval van het afwaterende Koningsdiep reguleerde. Door het uitgraven van het Polderhoofdkanaal, en de Nieuwe Vaart een eindje verderop, veranderde de oorspronkelijke waterhuishouding in een gecompliceerde stelsel van zogeheten bovengrondse en ondergrondse kanalen.

Fokke probeert het begrijpelijk uit te leggen. “Vanaf hier duikt het Koningsdiep onder de weg en onder het Polderhoofdkanaal door om af te wateren in het speciaal daarvoor gegraven Zilverkanaal. Die waterlossing staat weer in verbinding staat met het Sudergemaal, dat noemen we een ondergronds kanaal. Het peil van het Polderhoofdkanaal is veel hoger en wordt zodoende apart bemalen door het Sudergemaal: een bovengronds kanaal. Het Sudergemaal spuit weer uit op het boezempeil van de Nieuwe Vaart. Dat houdt in dat het traject van het Koningsdiep in de Aldpolder dus niet meer wordt gevoed door de oude beek, het is nu een natuurlijke zijtak van het Polderhoofdkanaal.” Juist ja. Hoe dan ook, de complexiteit doet niks af aan de rietkragenpracht die zich naar de verte slingert.

Poldermolen

Bij het gerestaureerde erfgoed van de Zuidersluis en het Sudergemaal houden we even in. Beide werken nog: de sluis opnieuw sinds 2015 voor de pleziervaart. Het gemaal ter lering en vermaak, een luidruchtig monument met enorme vliegwielen en aandrijfstangen. Hier gaat het fietspontje naar de molenstomp van de Ulesprong aan de overzijde van de Nieuwe Vaart. Ooit stonden er vijf van zulke knapen langs de waterkant op rij om het ‘veendistrict’ tussen de Ulesprong en Tijnje droog te malen, weet Fokke. “Onbegrijpelijk genoeg krijgt de huidige eigenaar geen toestemming om de molen weer van wieken te voorzien. Een gemiste kans om het verhaal van gebied te vertellen.”

Tweedehandsje

Oversteken garandeert een aantrekkelijk fietsrondje naar de petgatennatuur van De Deelen, een fluitje van een cent op de e-bike. Maar Fokke is nog lang niet uitgepraat over de Groote Veenpolder, we besluiten Domela’s Paad een stuk af te snijden en bij de Rolbrêge van Tijnje weer op te pikken. Achter het voormalige café, broedplek van menig veenstaking, ligt nog de oude ‘rammelbrug’ die Tijnje voorheen met Nij Beets verbond. Toen ook al een tweedehandsje, aldus Fokke. “Dit is oorspronkelijk de oude draaibrug uit de Hoofdstraat van Gorredijk.”

Het windje dat over De Dulf waait brengt allerlei geuren en vogelgeluiden met zich mee. In droge tijden kun je over het modderpad langs het uitgestrekte natuurgebied en de verderop gelegen Van Oordt’s Mersken naar het Kolderveen van Terwispel fietsen. Maar we volgen de meanders van het Koningsdiep de Zuidoostpolder in, het laatst ontgonnen deelgebied van de Groote Veenpolder. “Dat gebeurde met de baggelmachine, een monsterapparaat waar sommigen voor wegvluchten als die begon te draaien. In De Deelen is er nog een te zien”, vertelt Fokke. It Damshûs heeft geprobeerd om het relict van stoomtechniek naar het museum over te brengen, maar de baggelmachine zat te vast in het veen. “Daar zinkt die nu langzaam in weg. Ook wel toepasselijk.”

Rode bungalows

Voordat we rechts de P.W. Janssenstichting inslaan, wijst Fokke op de lieflijke bakstenen huisjes aan het Koningsdiep, voormalige corporatiewoninkjes die in het dorp bekend staan als ‘de rode bungalows’. Net als de pachtboerderijen van de stichting markeren ze nieuwe tijd na de veenafgravingen. “Gefortuneerde westerlingen als P.W. Janssen trokken zich het lot aan van de veenarbeidergezinnen. Met de inpolderingen en de pachtboerderijtjes kregen die zo kans om te ontsnappen aan hun misère. Dat ging niet zomaar. Rindert van Zinderen Bakker, een van de socialistische voormannen van hier, zocht de geschikte kandidaten uit.”

Nog één pachtboerderijtje herinnert aan die tijd. In contrast ernaast het onlangs nieuw opgetrokken melkveebedrijf van de buren, een fraai staaltje modernistische architectuur. Het schelpenpaadje langs de boerderij loopt dwars door de landerijen om uit te komen bij De Walle, de middeleeuwse aarden wal die Ald Beets in vroeger tijden moest beschermen tegen het wassende water van het Alddjip (Koningsdiep). “De Walle sluit hier aan op de oude Leppedyk. Naar het oosten loopt de waterkering onder Beetsterzwaag door naar Olterterp waar die overgaat in het hoger gelegen land”, vertelt Fokke.

Burgemeestersveen

Voorbij de zandafgraving komen we in de kromming van de Beetsterweg uit bij het Burgermeestersveen, waar het allemaal begon. Hier stak burgemeester en jonkheer Jan Anne Lyklama à Nijeholt op 13 april 1863 de spade in de grond om het startsein te geven voor de laagveenontginning van de nog maagdelijke Beetster hooilanden. Die allereerst gestoken veenkluit had grote gevolgen: de toestroom van volk van heinde en ver, het ontstaan van een nieuw dorp, de aanleg van een turfkanaal, watersnoodrampen, het ontstaan van nieuwe natuur- en cultuurlandschappen, bittere armoede en de verheffing daaruit. “Het land om ons heen getuigt van die hele geschiedenis”, gebaart Fokke met een armzwaai.

Over de Prikkewei, de oude hooiweg die de vroegere boeren van Ald Beets met ‘prikken’ oftewel takkenbossen begaanbaar hielden, fietsen we weer op It Damshûs aan. We zouden als extraatje nog de noordelijke lus over De Veenhoop kunnen doen, langs de boorden van het Polderhoofdkanaal en om de petgaten van natuurgebied de Kraanlannen heen. Maar dat bewaren we voor een volgende keer.

Meer SA!

Afbeelding
Volop goals bij zondagamateurs Sport 2 okt, 17:44
Afbeelding
Punt Read Swart in eerste thuisduel Sport 2 okt, 17:31
Afbeelding
Tialda Hoogeveen nije Berneboeke-ambassadeur Cultuur 2 okt, 16:23
Afbeelding
Aldi wil procedure Gorredijk versnellen Ondernemen 2 okt, 12:34
Afbeelding
Makkie voor LDODK tegen TOP Sport 2 okt, 10:13
Afbeelding
De Moskoupleats is weer bewoond Nieuws 2 okt, 10:07
Afbeelding
Griet en Piter in De Skâns Cultuur 1 okt, 12:22
Afbeelding
Groot baggerproject rond Jubbega Nieuws 1 okt, 11:49